Jeugd aan zet op kalverkeuring

De jaarlijkse kalverkeuring van Keallefokclub De Twaling vindt dit jaar op het Arrivaterrein aan de Remise op Bolletongersdei plaats. Waar gewoonlijk de bussen naar Leeuwarden, Harlingen en Sneek vertrekken, worden donderdag 5 oktober in een grote tent kalveren onderworpen aan de strenge blikken van de jury. De laatste jaren was de keuring in de hal van de Hanzeruiters, maar voorzitter Jentsje Bootsma hoopt dat de jaarlijkse keuring nu meer publiek trekt.

De keuring is vooral een aangelegenheid voor boeren in spé: oftewel de jeugd. Thuis worden de beste kalveren geselecteerd uit de dieren die geboren zijn tussen 1 oktober vorig jaar en 1 mei dit jaar. Op de dag van de keuring worden de kalveren vaak voorgebracht door een van de kinderen of een familielid. Maar het gezegde ‘zo vader, zo zoon’ op gaat wel vaak op. Jentsje Bootsma: “Ik wie sels seis jier doe’t ik foar it earst mei die.”

Veel boeren die nu meedoen, hebben vroeger zelf ook trots – en vast ook een beetje nerveus – met kalveren aan de hand in de ring gelopen. Een belevenis, die ze graag door willen geven. Halverwege de vorige eeuw telden de keuringen veel meer kalveren. “It is net mear sa as eartiids. Der binne folle minder boeren fansels, mar doe fûnen boeren it ek in moaie dei om te pronkjen mei har beste fokfee. Hjoeddedei fine in soad boeren it tefolle wurk, de bedriuwen binne in stik grutter en der binne ek nochal wat feterinêre easken. Guon boeren litte boppedat it fokken oer oan in adviseur en dêrmei is de belibbing hiel oars.”

Volgens Jentsje Bootsma, de 20-jarige boerenzoon van Klaas en Dieuwke Bootsma uit Nijland, vraagt deelname aan een kalverenkeuring ook best veel tijd. Het is niet zo dat je ’s ochtends vroeg beslist om mee te doen. Nee, de voorbereidingen beginnen een paar weken eerder al. “Ik tink dat de fanatike boeren wol seis oant acht wiken fan tefoaren der al mei dwaande binne.”

Een kalf eenmaal wassen is namelijk niet voldoende. Het wit wordt dan niet wit, maar geel. Pas na een paar stevige wasbeurten komt het echt zwart- en roodbonte mooi tot zijn recht. Verder wordt er geschoren en geborsteld dat het een lieve lust is. Bovendien moet de kalveren worden geleerd om aan een halster en touw te lopen. De dieren willen nog wel eens eigenzinnig zijn. En dat kun je in de ring natuurlijk niet hebben.

Op de dag van de keuring staan de dieren per bedrijf aan de zijkant opgesteld. In de centrale ring wordt het jongvee in kleine groepjes aan de jury voorgesteld door de in het wit geklede voorbrengers. Dit jaar bestaat de jury uit Jaap Jacobi uit Garijp en Klaas Wietsma uit Ouwsterhaule. Zij beoordelen de dieren op het exterieur: frame, type en beenwerk. Zo wordt er onder meer gekeken naar hoogte, de inhoud, de breedte van het kruis, de conditie en de kwaliteit en stand van het beenwerk. De kalveren worden verdeeld in twee categorieën, oude en jonge dieren. De beste dieren mogen zich later nogmaals presenteren in de kampioensring waar de algemeen kampioen wordt gekozen. 

Na afloop krijgen de deelnemers een mondelinge toelichting van de juryleden. Die opmerkingen gebruiken de boeren later weer in de fokkerij, om zo hun veestapel beter en gezonder te maken. Decennialang is op die manier door boeren en organisaties geïnvesteerd en gestuurd in de kwaliteit van het Friese melkvee.  

Overigens worden niet alleen de kalveren beoordeeld, de jury let ook op de manier waarop de dieren worden gepresenteerd door de voorbrenger. Dat is een speciale techniek waarvoor thuis geoefend moet worden. Verder is er ook een prijs voor het kalf dat er het netst uitziet, in vaktermen ‘het mooist getoiletteerd’ is. 

Een eervolle rubriek is de bedrijfspresentatie. Elk boerenbedrijf mag daarin minimaal drie kalveren aan de jury laten zien. De jury let dan behalve op de individuele kwaliteit van de kalveren, ook op de uniformiteit: is de visie op het fokken van de boer terug te zien in de kalveren. Dit jaar zijn er zeven bedrijven die aan dit onderdeel deelnemen.

De Twaling is in 2000 ontstaan uit de fusie van de kalverfokclub De Takomst in Heeg en De Earsteling in Sneek. In 1998 waren beide clubs nog zelfstandig, maar organiseerden al wel samen een kalverkeuring. Door het afnemend aantal leden is twee  jaar later besloten om samen te gaan. Op dit moment telt de club een veertigtal boerenfamilies in de driehoek Sondel, Jirnsum en Zurich. 

Jentsje Bootsma, student Dier- en Veehouderij aan Van Hall Larenstein in Leeuwarden, hoopt dat de samenwerking met de stichting Bolletongersdei meer boeren zal aanzetten om mee te doen aan de keuring. “It falt net altyd ta om se der by te krijen, mar it soe moai wêze as der no, omdat der mear publyk komt, mear boeren de stap sette en wer mei dwaan geane. Sa’n keuring is fansels in prachtige manier om oan de minsken sjen te litten hoe’t wy mei it hert fan it boerebedriuw omgeane.”