‘Dank aan alle grooms!’

SOEST – Vader en dochter Rik en Eline Schoenmaker zijn bekende gezichten op de ringrijderijen in Friesland. Dat ze daarvoor heel wat meer kilometers moeten maken dan de meeste combinaties, hebben ze er graag voor over. Eline Schoenmaker vertelt hoe zo’n dag er uitziet.

Rik en Eline Schoenmaker komen graag voor een ringrijderij uit Soest naar Friesland. (Foto Henk Bootsma)

“De voorbereidingen voor een ringrijderij start in Soest al vroeg, geregeld al de avond van tevoren. De kostuums en toebehoren worden netjes opgevouwen en in koffers gepakt (floddermuts, mouwtjes, schoenen, sieraden, etc.). Nadat alles in de auto gezet is, vertrekken we richting Friesland: een kleine anderhalf uur rijden. Bij het merendeel van de wedstrijden en evenementen is er een extra trailer met auto nodig, die vaak op de heenreis opgehaald wordt.

Eenmaal in Friesland aangekomen begint het grote poetswerk: het paard – dat in Friesland staat – wordt van stal gehaald en gewassen en ook de sjees wordt van onder tot boven gepoetst. Daarna wordt het tuig gecontroleerd, ingepakt en op de aanhanger van de sjees vastgezet. Ongeveer een uur voor vertrek beginnen de dames met het aankleden: het oorijzer wordt opgezet en de verschillende lagen kleding worden aangetrokken. De mannen kleden zich vaak deels thuis aan (blauwe sokken, broek en overhemd), waarna de rest op locatie volgt.

Voor vertrek krijgen de paarden nog een laatste poetsbeurt en worden de hoeven verzorgd. Hierbij krijgen de mannen vaak de eerste assistentie van de grooms. Aankomst op de wedstrijdlocatie is ongeveer een uur voor start van de wedstrijd, zodat er genoeg tijd is om de laatste voorbereidingen te treffen: de dames doen de laatste sieraden en tipdoek om en de mannen zorgen er samen met de grooms voor dat de paarden er klaar voor zijn. Nog even instappen en dan is het klaar voor de start!

Dan wordt er een mooie wedstrijd gereden en nadien wordt dit hele ritueel ongeveer omgekeerd herhaald. De grooms helpen met uitspannen en opruimen en vervolgens wordt (soms na een nazit) vertrokken naar huis. Terwijl de vrouwen zich weer omkleden, ruimen de mannen de sjezen op, spoelen de paarden af en zetten ze op stal. Ook worden de witte borstlappen en andere noodzakelijke zaken gepoetst. Na een klein uurtje drinken wij met elkaar nog een laatste drankje, waarna vertrek richting Soest volgt waar we na een ritje van anderhalf uur arriveren. Thuis worden de kostuums uitgehangen, zodat deze gelucht en wel de volgende dag weer in de kast kunnen.
Zo ziet een gemiddelde dag ringrijden vanuit Soest eruit. Hierbij zijn dan nog geen zaken inbegrepen als extra poetsen van het tuig, onderhoud van de sjees en het uitwassen van bepaalde onderdelen van de kostuums. Zo moeten de tipdoek en mouwtjes één keer per jaar dubbel uitgekookt worden in een pan en is het voor het behoud van de sjees verstandig deze voor het winterseizoen op blokken te zetten. Zo is is de spanning van de riemen.

Tot slot nog even het belang van de grooms: wij kunnen niet meer zonder hen, maar vragen wel behoorlijk wat van hun tijd. Zij zijn ook minstens een dagdeel van huis om ons te kunnen ondersteunen. Dank aan alle grooms!”